‘De aard van de bodem bepaalt het landschap’

Op 16 mei om 9.00 uur kwamen we aan bij het prachtige kerkje van Niehove waar het Bezoekerscentrum Wierdendorp Niehove gevestigd is. Vandaag wordt hier het derde Schuilingcongres gehouden. We beginnen met een kopje koffie met koek. Om half tien opent dagvoorzitter Willem Foorthuis het congres.

In het ochtendprogramma van het congres staat het thema ‘klimaatsverandering en zeespiegelstijging’ centraal, dat in combinatie met de door de gaswinning in Groningen extra versterkte bodemdaling voor veel discussie zorgt. De eerste presentatie ‘Zeespiegelstijging in historisch perspectief’ wordt gehouden door Erik Meijles (Kenniscentrum Landschap, RUG). Hij vertelt over het berekenen van de zeespiegelstijging door gebruik te maken van de basis van het basisveen met C14 dateringen. Door het analyseren van 51 dateringen is naar voren gekomen dat er 9000 BP een zeespiegelstijging was van 100 cm per 100 jaar, in 1000 BP was dat 6 cm per 100 jaar en van 1850 tot heden zo’n 14 cm per 100 jaar. De zeespiegel is tegenwoordig dus weer sneller aan het stijgen. Zijn vraag naar aanleiding van zijn bevindingen is of we het natuurlijke mariene slibsysteem kunnen gebruiken als buffer voor de zeespiegelstijging.

De volgende presentatie ‘Ontstaan van karakteristieken van het cultuurlandschap Middag-Humsterland’ door Jeroen Zomer (Hogeschool van Hall Larenstein). De maaivelddaling in Noord-Nederland gaat sneller dan de zeespiegelstijging). Door veenontginningen vanaf 1000 n.Chr. ontstond komberging. Dit veroorzaakte inbraken van de Lauwerszee (Reitdiep, Oude Diep). Het gebied moest worden bedijkt, er ligt een dijksysteem van Roderwolde tot aan Dokkum. Om het bedijkte gebied af te wateren werd het Aduarderdiep gegraven. Jeroen geeft aan dat er naar de zeespiegelcurve per bekken gekeken zou moeten worden in plaats van naar de curve voor heel Noord-Nederland.

In de presentatie van Roelf Beukema (Waterschap Noorderzijlvest) ‘Wat zijn de gevolgen van de zeespiegelstijging, bodemdaling en hoe kunnen we ons daar tegen wapenen’ wordt uitgelegd hoe gebieden worden ingericht voor waterberging. Hermeandering, herstel beekdalen en polders inrichten als bergboezem zoals de Marumerlage zijn hiervan een aantal voorbeelden. Er wordt gekeken hoe gebruik gemaakt kan worden van het systeem zoals het er nu ligt. Vraag vanuit het publiek is of er wordt nagedacht over kleinschaligere oplossingen en rekening houdend met de natuur. Roelf Beukema geeft aan dat er voorbeeldprojecten zijn, zoals in Norg, waarbij dat inderdaad het geval is.

Na al deze zeer interessante presentaties hebben we geluncht bij café Eisseshof (17e eeuw), er waren heerlijke broodjes met soep.

De middag werd gevuld met twee excursies. We zijn meegegaan met Mans Schepers (Groninger Instituut voor Archeologie – RUG), op de fiets door Middag-Humsterland met aandacht voor bodem, geomorfologie en cultuurhistorie. Er werden onderweg meerdere grondboringen gezet door Mans met veel uitleg over het ontstaan van het cultuurlandschap. Het was erg interessant!

Al met al een prachtige dag op een mooie locatie met gepassioneerde vertellers en perfect georganiseerd.